zaterdag 22 maart 2014

De bodem van onze moestuin


Zand, silt en klei

en organisch materiaal.

In het boek "Teaming with Microbes" (vertaald; samenwerken met microbes), van Jeff Lowenfels en Wayne Lewis (uitgever:Timber Press) wordt op een heldere wijze het belang van een goede en levende bodem duidelijk gemaakt.

Het boek verhaalt over de verschillende levende organismes, van klein tot super-klein, die te vinden zijn in een gezonde bodem en wat hun onderlinge relaties zijn.
Voornamelijk wordt duidelijk hoe deze organismes, ieder op hun manier, bijdragen aan een voedselrijke bodem voor de planten om in te leven.

Om een goed 'huis' te creëren voor de diverse bacteriën, schimmels,  kruipers en glijders, is een goede samenstelling van de grond erg belangrijk.

De juiste verhouding van een bodem voor de moestuin is: 30 tot 50 % zand, 30 tot 50 % silt, 20 tot 30% klei en 5 tot 10 % organische stof (met een totaal van 100 % ;) ) bron: "Teaming with Microbes", Timber Press.





Om er achter te komen wat de verhouding zand/silt/klei/organische stof van een bepaalde bodem is, is er een simpele test die je kunt doen.

Neem op verschillende plekken in de tuin een monster van de bovenste 30 cm grond. Zelf heb ik dit monster met behulp van een pvc buis uit de grond gehaald. Maar met een schepje kan natuurlijk ook.

Het grond-monster wordt  in een glazen pot gedaan, met wat water waaraan een ontharder is toegevoegd (bijvb Calgon). Schud de pot (met deksel) goed, zodat alles los door het water zweeft en laat vervolgens de pot op een rustige plek staan voor circa een dag.

Allereerst zal het zand naar de bodem gaan, aangezien die korrel zwaarder is. Vervolgens het zilt en daarboven de veel fijnere klei-deeltjes. Het organische materiaal zal voornamelijk blijven drijven.

Na een dag gewacht te hebben, zijn de verschillende lagen goed te zien en kan berekend worden wat de verhouding is tussen de verschillende groottes van de deeltjes grond.




Waarom is de verhouding in de bodem zo belangrijk?


Een gezonde bodem voor een moestuin (of iedere andere tuin) heeft veel leven in zich. Nuttige- en schadelijke organismes (schadelijk voor de planten). Vooral de nuttige organismes hebben baat bij een goede bodem-samenstelling en structuur.
Die bevorderen namelijk de afwatering, het vasthouden van vocht in de bodem en de toevoer van lucht in de bodem.

De grotere zandkorrels zorgen voor goede afwatering, maar de kleinere silt- en klei-deeltjes zorgen juist weer voor minuscule holtes in de bodemstructuur, waar een kleine filmlaag vocht blijft hangen. Doordat de verschillende groottes korrels samenklonteren in de grond (iets dat bevordert wordt door de organismes) is de toevoer van lucht beter. Het organische materiaal draagt daar ook aan bij.

Lucht brengt zuurstof naar de organismen en de wortels van de planten. Iets dat ze nodig hebben om te leven.
Maar ook afvalstoffen in gasvorm (bijvb ammonia) kunnen zo worden afgevoerd, de grond uit, waardoor ze niet opbouwen in de grond. Als er geen zuurstof in de grond komt en bepaalde afvalstoffen opbouwen in de grond, krijgen schadelijke bacteriën en schimmels de overhand en dat is niet goed voor het welzijn van de planten.

De verschillende voedingstoffen, die in de bodem zitten, zouden kunnen wegspoelen met het water, als ze niet vastgehouden werden door de verschillende organismen. Ze slaan die stoffen op in hun lichaam. Als ze sterven komen de voedingstoffen weer vrij.

De planten scheiden via het wortelstelsel verschillende stoffen uit, waar o.a. bacteriën van leven. Organismes die van de bacteriën leven, worden ook hier naartoe gelokt. 
Rond de plantenwortels wordt zo een gebied gecreëerd waar de verschillende organismes zich voeden met de stoffen die vrijkomen als organisch materiaal wordt afgebroken. Ook voeden ze zich met elkaar en elkaars afvalstoffen.
De afvalstoffen van deze organismes zijn weer voedsel voor de plant, en worden op deze manier vrijgegeven, precies waar de plant ze kan gebruiken.

 

 De grond van onze buurtmoestuin. 


Om de samenstelling van de grond in onze buurtmoestuin te testen, heb ik bovenstaande proef uitgevoerd.

Ik heb monsters genomen van de verschillende bedden in de buurtmoestuin, van het gazon in mijn eigen tuin, en van het stukje grond in de 'alley-garden'.

Hier vind je de uitslag van deze proef.



De gemeente Diemen heeft voor ons enkele bedden laten frezen in het gras door een aannemer. Hier is meteen ook compost doorheen gemengd om de grond te verrijken.
Bij een van de bedden is geen compost toegevoegd aan de aarde. Dit is het testbed voor een klein experiment.

Klein experiment met grondverrijking.


Het bed is opgedeeld in vier vakken. De grond van ieder vak zal op een andere manier verrijkt worden.

Vermicompost
 Bokashi
Vak 1 krijgt wormen-compost (vermicompost) uit mijn eigen wormenbak, al vol met verschillende micro-organismes en wormen.

Vak 2 het gefermenteerde organische afval uit de Bokashi emmer, vol met Effectieve Micro organismes (EM).

Vak 3 zal ik verrijken met resten leemstuc, koffieprut, as en wellicht wat lava meel.

Vak 4 met koemest, van biologische melkveehouderij "De Regte Heijden".


In de vier vakken worden dezelfde planten geplant, om zo te zien welke plant met welk type bemesting het beste groeit.


Later meer...








1 opmerking:

  1. Hallo, de vertaling van het boek Teaming with microbes heet NIET samenwerken met microbes, maar is uitgekomen onder de naam Bodemvoedselweb (vertaling Marc Siepman). Ik ben het boek nu aan het lezen nl. Zeeeer interessant ;)

    BeantwoordenVerwijderen